Heb je bij koude uitsluiting in huwelijkse voorwaarden wel recht op de erfenis?

Wanneer je koude uitsluiting opneemt in je huwelijkse voorwaarden, dan heb je bij een scheiding minimale aanspraken op elkaars vermogen. Maar eindigt je huwelijk door overlijden? Dan maakt de inhoud van je huwelijkse voorwaarden geen verschil. Want niet de voorwaarden maar het testament bepaalt wie de erfgenaam is. En maakt je echtgenoot een testament waarin hij jou onterfd? Dat mag op grond van het erfrecht maar deels. Dit betekent dat je met een huwelijk altijd juridisch beschermd bent bij overlijden.

huwelijkse voorwaarden koude uitsluiting erfenis

Koude uitsluiting betekent niet dat je onterfd bent

Omdat de wetgever dit een belangrijk punt vindt, staat op twee plekken in de wet dat je niet in een contract kunt afspreken of je wel of geen erfgenaam bent:

Artikel 1:121 lid 3 Burgerlijk Wetboek (huwelijksvermogensrecht)

Zij (de partijen bij huwelijkse voorwaarden) kunnen niet afwijken van de rechten die uit het ouderlijk gezag voortspruiten, noch van de rechten die de wet aan een langstlevende echtgenoot toekent.

Artikel 4:4 lid 2 Burgerlijk Wetboek (erfrecht)

Overeenkomsten strekkende tot beschikking over nog niet opengevallen nalatenschappen in hun geheel of over een evenredig deel daarvan, zijn nietig.

Elkaar onterven mag niet (helemaal)

Stel je wilt niet van elkaar erven. Bijvoorbeeld omdat je beiden eigen vermogen hebt en financieel niet afhankelijk van elkaar bent. Dan zou je over en weer een testament kunnen maken waarin je iemand anders aanwijst als erfgenaam. Omdat je ieder een eigen testament hebt, kun je ook stiekem je echtgenoot onterven. In beide gevallen bepaalt de wet dat de langstlevende altijd minimale rechten heeft:

Artikel 4:29 lid 1 Burgerlijk Wetboek:

Voor zover de echtgenoot van de erflater tengevolge van uiterste wilsbeschikkingen van de erflater niet of niet enig rechthebbende is op de tot de nalatenschap van de erflater behorende woning, die ten tijde van het overlijden door de erflater en zijn echtgenoot tezamen of door de echtgenoot alleen bewoond werd, of op de tot de nalatenschap behorende inboedel daarvan, zijn de erfgenamen verplicht tot medewerking aan de vestiging van een vruchtgebruik op die woning en die inboedel ten behoeve van de echtgenoot, voor zover deze dit van hen verlangt.

Artikel 4:30 lid 1 Burgerlijk Wetboek:

De erfgenamen zijn verplicht tot medewerking aan de vestiging van een vruchtgebruik op andere goederen van de nalatenschap dan bedoeld in artikel 29 ten behoeve van de echtgenoot van de erflater, voor zover de echtgenoot daaraan, de omstandigheden in aanmerking genomen, voor zijn verzorging – daaronder begrepen de nakoming van de overeenkomstig artikel 35 lid 2 op hem rustende verplichtingen – behoefte heeft en die medewerking van hen verlangt.

Bij artikel 4:29 kun je denken aan de situatie dat je huwelijkse voorwaarden hebt met koude uitsluiting en dat de koopwoning in de erfenis valt van de overledene. Als de langstlevende blijkt te zijn onterfd, dan kan hij of zij het vruchtgebruik claimen van deze woning. Je komt, wat het erfrecht betreft, dus niet op straat te staan.

In artikel 4:30 is nog de mogelijkheid van een verzorgingsvruchtgebruik opgenomen. Denk aan de situatie dat je bent onterfd terwijl je financieel afhankelijk was van je overleden echtgenoot.

Woon je op het moment van overlijden niet samen en heeft de langstlevende eigen vermogen en (voldoende) eigen inkomen? Dan zal een beroep op deze twee artikelen niet mogelijk zijn.