Hoe zit het als je de jaarlijkse verrekening in huwelijkse voorwaarden niet uitvoert?

In de jaren ’80 en ’90 was het erg populair om in je huwelijkse voorwaarden af te spreken om je “overgespaard inkomen” jaarlijks te verrekenen. Stel dat de één in een jaar 10.000 gulden had gespaard en de ander had niks gespaard. Dan moest de één aan de ander 5.000 gulden overmaken zodat je beiden evenveel had gespaard. In de praktijk werd de afspraak wel in huwelijkse voorwaarden opgenomen maar werd er niet jaarlijks verrekend. Inmiddels geeft de wet aan wat hiervan het gevolg is.

huwelijkse voorwaarden geen jaarlijkse verrekening

Artikel 1:136 Burgerlijk Wetboek:

1. Indien een goed onder aanwending van te verrekenen vermogen is verkregen, wordt het verkregen goed tot het te verrekenen vermogen gerekend voor het aandeel dat overeenkomt met het bij de verkrijging uit het te verrekenen vermogen aangewende gedeelte van de tegenprestatie gedeeld door de totale tegenprestatie. Indien een echtgenoot in verband met de verwerving van een goed een schuld is aangegaan, wordt het goed op de voet van de eerste volzin tot het te verrekenen vermogen gerekend voor zover de schuld daartoe wordt gerekend of daaruit is afgelost of betaald.

2. Bestaat tussen de echtgenoten een geschil omtrent de vraag of een goed tot het te verrekenen vermogen wordt gerekend en kan geen van beiden bewijzen dat het goed tot het niet te verrekenen vermogen wordt gerekend, dan wordt dat goed aangemerkt als te rekenen tot het te verrekenen vermogen. Het vermoeden werkt niet ten nadele van de schuldeisers der echtgenoten.

Artikel 1:141 lid 1 Burgerlijk Wetboek:

Indien een verrekenplicht betrekking heeft op een in de huwelijkse voorwaarden omschreven tijdvak van het huwelijk en over dat tijdvak niet is afgerekend, blijft de verplichting tot verrekening over dat tijdvak in stand en strekt deze zich uit over het saldo, ontstaan door belegging en herbelegging van hetgeen niet verrekend is, alsmede over de vruchten daarvan.

Artikel 1:141 lid 3 Burgerlijk Wetboek:

Indien bij het einde van het huwelijk aan een bij huwelijkse voorwaarden overeengekomen periodieke verrekenplicht als bedoeld in het eerste lid niet is voldaan, wordt het alsdan aanwezige vermogen vermoed te zijn gevormd uit hetgeen verrekend had moeten worden, tenzij uit de eisen van redelijkheid en billijkheid in het licht van de aard en omvang van de verrekenplicht anders voortvloeit. (enz)

Artikel 1:141 lid 4 Burgerlijk Wetboek:

Indien een echtgenoot in overwegende mate bij machte is te bepalen dat de winsten van een niet op zijn eigen naam uitgeoefende onderneming hem rechtstreeks of middellijk ten goede komen, en een verrekenbeding is overeengekomen dat ook ondernemingswinsten omvat, worden de niet uitgekeerde winsten uit zodanige onderneming, voor zover in het maatschappelijk verkeer als redelijk beschouwd, eveneens in aanmerking genomen bij de vaststelling van de verrekenplicht van die echtgenoot, onverminderd het eerste lid.

Deze regels komen ongeveer op het volgende neer:

  • Als je niet jaarlijks verrekent, dan moet dit aan het einde van het huwelijk alsnog.
  • Wanneer je iets koopt met geld dat je had moeten verrekenen en wordt datgene meer waard, dan heeft de ander ook recht op die waardestijging.
  • In extreme gevallen gaat het hele vermogen door de helft. Dat is het geval als je aan het begin van het huwelijk niks had en alles tijdens het huwelijk is opgebouwd uit inkomen.

Heb je advies nodig over een niet uitgevoerd verrekenbeding? Op deze website van de VFAS kun je een gespecialiseerde advocaat vinden.