Huwelijkse voorwaarden niet ingeschreven, is dat een probleem?

Als je huwelijkse voorwaarden niet correct zijn ingeschreven bij de rechtbank, dan kan dit 4 oorzaken hebben:

  1. Je hebt er zelf voor gekozen om ze niet in te schrijven.
  2. Je hebt verkeerde gegevens aan de notaris verstrekt, bijvoorbeeld een verkeerde trouwdatum.
  3. Er is een fout gemaakt door de notaris.
  4. De rechtbank heeft een fout gemaakt.

De registratie van je huwelijkse voorwaarden gaat in 2022 nog steeds op papier. De originele akte blijft bij de notaris in de kluis en de rechtbank krijgt per post een kopie. Een medewerker van de rechtbank neemt handmatig je persoonsgegevens over in het huwelijksgoederenregister.

huwelijkse voorwaarden niet ingeschreven

Bij de notaris kan een fout zijn gemaakt doordat de akte nooit is verstuurd terwijl dit wel de bedoeling was. Of er kan in de akte een foute datum of verkeerde naam staan. Bij de rechtbank kan een menselijk fout zijn gemaakt door verkeerde gegevens in het register te zetten. Als je bij het online register geen inschrijving ziet bij je eigen gegevens, probeer dan eens voor de hand liggende fouten in te vullen. Denk bijvoorbeeld aan twee datums die door elkaar zijn gehaald, zoals 7/6/2022 en 6/7/2022. Of een veel gemaakte spelfout in je achternaam. Beiden heb ik zelf al eens mee gemaakt.

Is het erg als je huwelijkse voorwaarden niet zijn ingeschreven?

Het niet ingeschreven zijn van je huwelijkse voorwaarden kan ernstige gevolgen hebben. Denk bijvoorbeeld aan een schuldeiser die een claim heeft gekregen op je ondernemende echtgenoot voordat de voorwaarden zijn gepubliceerd. Die schuldeiser mag er van uit gaan dat jullie in gemeenschap van goederen zijn gehuwd.

Artikel 1:116 lid 1 Burgerlijk Wetboek:

Bepalingen in huwelijkse voorwaarden kunnen aan derden die daarvan onkundig waren, slechts worden tegengeworpen, indien die bepalingen ingeschreven waren in het openbaar huwelijksgoederenregister, gehouden ter griffie der rechtbank binnen welker rechtsgebied het huwelijk is voltrokken, of, indien het huwelijk buiten Nederland is aangegaan, ter griffie van de rechtbank Den Haag.

Artikel 1:120 Burgerlijk Wetboek:

1. Tijdens het huwelijk gemaakte of gewijzigde huwelijkse voorwaarden beginnen te werken op de dag, volgende op die waarop de akte is verleden, tenzij in de akte een later tijdstip is aangewezen.

2. Bepalingen in deze huwelijkse voorwaarden kunnen aan derden die daarvan onkundig waren, slechts worden tegengeworpen, indien zij ten minste veertien dagen in het huwelijksgoederenregister ingeschreven waren.

Jurisprudentie

Hoe ernstig deze gevolgen kunnen zijn, ondervond een echtpaar in de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 8 augustus 2019 (ECLI:NL:GHAMS:2019:2900) waarbij in het huwelijksgoederenregister een foute datum stond:

Het hof stelt voorop dat uit artikel 1:116 BW volgt dat huwelijkse voorwaarden slechts aan derden die daarvan onkundig zijn kunnen worden tegengeworpen, indien deze huwelijkse voorwaarden zijn ingeschreven in het huwelijksgoederenregister, gehouden ter griffie van de rechtbank waar het huwelijk is voltrokken. Voor derdenbescherming is vereist dat de derde de huwelijkse voorwaarden niet kende. Niet is vereist dat de derde de huwelijkse voorwaarden ook niet had kunnen kennen, in die zin dat de derde onderzoek had kunnen doen naar eventuele geldende huwelijkse voorwaarden. Tussen partijen is niet in geschil dat de huwelijkse voorwaarden ten tijde van de beslaglegging niet kenbaar waren. Op het moment van beslaglegging bleek uit de Basisregistratie Personen dat [appellant] en [X] op 5 augustus 2013 zijn getrouwd. Bij invoering van die huwelijksdatum in combinatie met de achternamen van [appellant] en [X] in het huwelijksgoederenregister bleek niet van tussen hen geldende huwelijkse voorwaarden. Hieruit volgt dat [geïntimeerde] op het moment van beslaglegging op basis van de beschikbare gegevens in het huwelijksgoederenregister ervan mocht uitgaan dat [appellant] en [X] in gemeenschap van goederen waren gehuwd. De deurwaarder was daarom bevoegd over te gaan tot beslaglegging op de woning. De grief tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat de deurwaarder bevoegd was beslag te leggen, faalt.