Moet je bij huwelijkse voorwaarden altijd jaarlijks afrekenen?

Of je jaarlijks moet afrekenen, hangt af van de inhoud van je huwelijkse voorwaarden. Bij de ene variant moet het wel, bij de andere hoeft het niet.

huwelijkse voorwaarden jaarlijks afrekenen

Kosten van de huishouding jaarlijks afrekenen

De meeste stellen delen de kosten van de huishouding naar evenredigheid van hun inkomens. Wie het meeste verdient, moet ook het meeste betalen. Heb je een gemeenschap van goederen? Dan maakt het niet uit wie wat betaalt. Betaalt één wat teveel en kan de ander daardoor wat meer sparen? Alles wat je tijdens het huwelijk spaart uit je inkomen valt in de gemeenschap van goederen en gaat dus door de helft.

Met huwelijkse voorwaarden heb je geen recht op elkaars spaargeld. In dat geval maakt het wel uit wie wat betaalt. In de meeste huwelijkse voorwaarden staat ongeveer het volgende:

De echtgenoot die in een kalenderjaar meer heeft bijgedragen in de kosten van de huishouding dan hij op grond van het bepaalde in dit artikel zou moeten dragen, kan dit meerdere van de andere echtgenoot terugvorderen, mits hij die vordering instelt binnen een jaar na afloop van het desbetreffende kalenderjaar.

Staat dit ook in jouw huwelijkse voorwaarden? Dan kun je alleen door meteen jaarlijks af te rekenen teveel betaalde kosten terug vragen. Na een jaar vervalt dit recht. De meeste stellen vinden de kosten van de huishouding geen spannend onderwerp en rekenen niet jaarlijks af.

Vaak worden de bovenstaande afspraken door de war gehaald met een zogenoemd “periodiek verrekenbeding”. Dat is een heel andere clausule, waarvoor ook andere regels gelden. Heb je zo’n beding, dan is een jaarlijkse afrekening juist wel heel belangrijk.

Periodiek verrekenbeding

Als je huwelijkse voorwaarden hebt gemaakt in de jaren ’80 of ’90 dan staat daarin mogelijk een periodiek verrekenbeding. Dit is de afspraak om het spaargeld dat je jaarlijks opbouwt met elkaar te delen. Het jaarlijks afrekenen blijft er vaak bij. Daarover zegt de wet inmiddels het volgende:

Artikel 1:141 lid 1 en 6 Burgerlijk Wetboek:

Indien een verrekenplicht betrekking heeft op een in de huwelijkse voorwaarden omschreven tijdvak van het huwelijk en over dat tijdvak niet is afgerekend, blijft de verplichting tot verrekening over dat tijdvak in stand en strekt deze zich uit over het saldo, ontstaan door belegging en herbelegging van hetgeen niet verrekend is, alsmede over de vruchten daarvan.

De rechtsvordering tot verrekening, bedoeld in het eerste lid, verjaart niet eerder dan drie jaren na de beëindiging van het huwelijk dan wel na de inschrijving van de beschikking tot scheiding van tafel en bed in het register, bedoeld in artikel 116. Deze termijn kan niet worden verkort.

In dit geval is het jaarlijks afrekenen een belangrijke afspraak in je huwelijkse voorwaarden die je echt moet nakomen. Doe je dit niet, dan moet in extreme gevallen de gehele vermogensopbouw tijdens het huwelijk 50/50 worden gedeeld!

Artikel 1:131 lid 1 Burgerlijk Wetboek:

Bestaat tussen niet in gemeenschap van goederen gehuwde echtgenoten een geschil aan wie van hen beiden een recht aan toonder of een zaak die geen registergoed is, toebehoort en kan geen van beiden zijn recht op dit goed bewijzen, dan wordt het goed geacht aan ieder der echtgenoten voor de helft toe te behoren.