Moet je nog huwelijkse voorwaarden maken voor je studieschuld?

Veel stellen zullen vanwege een studieschuld nog steeds huwelijkse voorwaarden maken. Misschien is dat wel terecht.

huwelijkse voorwaarden studieschuld

Hoe ging het onder de oude wet?

Brenda en André trouwen in 2017. De nieuwe wet is nog niet ingevoerd dus Brenda en André hebben een algehele gemeenschap van goederen. Beiden hebben op hun trouwdag geen bezittingen en geen schulden, behalve de studieschuld van André die € 20.000 bedraagt. Het vermogen van Brenda is € 0. Het vermogen van André is € 20.000 negatief.

Twee jaar later gaan Brenda en André uit elkaar. Er is geen geen geld gespaard, ze hebben geen nieuwe spullen gekocht en ook geen nieuwe schulden gemaakt. Het enige wat ze moeten verdelen is de studieschuld. De gemeenschap van goederen heeft een negatieve waarde van € 20.000. De studieschuld wordt aan André toegedeeld en Brenda moet hem daarvoor nog € 10.000 betalen. De helft van de studieschuld is dus voor haar rekening gekomen omdat deze in de algehele gemeenschap van goederen is gevallen.

Hoe gaat het onder de nieuwe wet?

Stel dat Brenda en André niet in 2017 trouwen maar in 2018. De nieuwe wet is ingevoerd dus ze hebben een beperkte gemeenschap van goederen. Verder is de situatie hetzelfde. Beiden hebben op hun trouwdag geen bezittingen en geen schulden, behalve de studieschuld van André die € 20.000 bedraagt. Het vermogen van Brenda is € 0. Het vermogen van André is € 20.000 negatief. De studieschuld valt niet in de beperkte gemeenschap van goederen.

Vijf jaar later gaan Brenda en André uit elkaar. Brenda heeft tijdens het huwelijk € 30.000 gespaard. Zij heeft dit bedrag op haar eigen spaarrekening gestort. André heeft tijdens het huwelijk € 20.000 gespaard en daarmee de afgelopen 5 jaar zijn studieschuld van € 20.000 helemaal afgelost. Op het moment van de scheiding heeft André dus geen studieschuld en € 0 spaargeld.

André stelt dat de € 30.000 spaargeld van Brenda in de gemeenschap van goederen is gevallen en dat hij recht heeft op de helft. Brenda stelt dat ze niks aan André hoeft te betalen omdat ze beiden vanwege de studieschuld hun eigen spaarrekening hebben aangehouden.

Wie heeft er gelijk?

Heeft Brenda een vergoedingsrecht voor het geld dat André uit de gemeenschap van goederen heeft gehaald? De standaard regeling voor vergoedingsrechten geldt alleen voor het aflossen van schulden betreffende een privé goed. Daarbij kun je denken aan de aflossing van een autofinanciering of de aflossing van een hypotheek. De auto of het huis is er nog. Dus is het logisch dat je een afgelost bedrag terug kunt vragen bij een scheiding. Het geld is niet echt weg, het zit in bezittingen.

Artikel 1:87 lid 1 Burgerlijk Wetboek:

Indien een echtgenoot ten laste van het vermogen van de andere echtgenoot een goed dat tot zijn eigen vermogen zal behoren, verkrijgt of indien ten laste van het vermogen van de andere echtgenoot een schuld ter zake van een tot zijn eigen vermogen behorend goed wordt voldaan of afgelost, ontstaat voor de eerstgenoemde echtgenoot een plicht tot vergoeding.

Een studieschuld staat geen goed tegenover. Dit geld is echt weg en kun je niet meer verhalen op een daarbij behorend “goed”. De wetgever heeft dit probleem onderkend en daarom een bijzonder vergoedingsrecht opgenomen bij de wettelijke regels voor de beperkte gemeenschap van goederen.

Artikel 1:96 lid 5 Burgerlijk Wetboek:

De echtgenoot wiens niet in de gemeenschap gevallen schuld uit goederen van de gemeenschap is voldaan, is deswege gehouden tot vergoeding aan de gemeenschap. (enz)

Voor André en Brenda werkt dit als volgt uit. De beperkte gemeenschap van goederen bestaat uit de € 30.000 spaargeld van Brenda en een vergoedingsrecht van € 20.000 op André. Al het spaargeld, zowel van Brenda als André is in de gemeenschap van goederen gevallen. In totaal was dit € 50.000. Dat het op privé rekeningen stond, maakt niet uit. André heeft daarvan € 20.000 gebruikt om zijn studieschuld af te lossen. Dit bedrag moet hij vergoeden aan de gemeenschap. Bij een totaal vermogen van € 50.000 hoort Brenda het huwelijk te verlaten met de helft, dus € 25.000. Zij moet van haar € 30.000 spaargeld dus € 5.000 uitkeren aan André.

Nog steeds huwelijkse voorwaarden maken vanwege een studieschuld?

Heeft één van beiden een (flinke) studieschuld en de ander niet? Dan komt het vaak voor dat stellen hun financiën liever gescheiden willen houden. Het storten van je spaargeld op je eigen spaarrekening is daarvoor niet voldoende. Wat je spaart tijdens het huwelijk valt altijd in de beperkte gemeenschap van goederen, ongeacht op welke rekening je het stort. Wil je dat niet? Dan is het verstandig om huwelijkse voorwaarden te maken.