Moeten huwelijkse voorwaarden uitgaan van redelijkheid en billijkheid?

Over de rol van redelijkheid en billijkheid bij een overeenkomst zegt het verbintenissenrecht het volgende:

Artikel 6:248 Burgerlijk Wetboek:

1. Een overeenkomst heeft niet alleen de door partijen overeengekomen rechtsgevolgen, maar ook die welke, naar de aard van de overeenkomst, uit de wet, de gewoonte of de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeien.

2. Een tussen partijen als gevolg van de overeenkomst geldende regel is niet van toepassing, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.

Artikel 6:258 lid 1 Burgerlijk Wetboek:

De rechter kan op vordering van een der partijen de gevolgen van een overeenkomst wijzigen of deze geheel of gedeeltelijk ontbinden op grond van onvoorziene omstandigheden welke van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten. (enz)

huwelijkse voorwaarden redelijkheid en billijkheid

Ook bij huwelijkse voorwaarden is een beroep op deze artikelen over redelijkheid en billijkheid mogelijk. Maar het verbintenissenrecht is niet de enige plek waar je deze woorden tegenkomt. Ook in het huwelijksvermogensrecht zelf vind je deze begrippen.

Artikel 95a lid 1 Burgerlijk Wetboek (over de beperkte gemeenschap van goederen):

Indien een onderneming buiten de gemeenschap valt, komt ten bate van de gemeenschap een redelijke vergoeding voor de kennis, vaardigheden en arbeid die een echtgenoot ten behoeve van die onderneming heeft aangewend, voor zover een dergelijke vergoeding niet al op andere wijze ten bate van beide echtgenoten komt of is gekomen.

Artikel 1:100 lid 2 Burgerlijk Wetboek (over het verdelen van schulden bij een scheiding):

Voor zover bij de ontbinding van de gemeenschap de goederen van de gemeenschap niet toereikend zijn om de schulden van de gemeenschap te voldoen, worden deze gedragen door beide echtgenoten ieder voor een gelijk deel, tenzij uit de eisen van redelijkheid en billijkheid, mede in verband met de aard van de schulden, een andere draagplicht voortvloeit.

Artikel 1:141 lid 4 Burgerlijk Wetboek (over opgepotte winsten bij een periodiek verrekenbeding):

Indien een echtgenoot in overwegende mate bij machte is te bepalen dat de winsten van een niet op zijn eigen naam uitgeoefende onderneming hem rechtstreeks of middellijk ten goede komen, en een verrekenbeding is overeengekomen dat ook ondernemingswinsten omvat, worden de niet uitgekeerde winsten uit zodanige onderneming, voor zover in het maatschappelijk verkeer als redelijk beschouwd, eveneens in aanmerking genomen bij de vaststelling van de verrekenplicht van die echtgenoot, onverminderd het eerste lid.

Jurisprudentie over redelijkheid en billijkheid bij huwelijkse voorwaarden

In echtscheidingszaken wordt regelmatig een beroep gedaan op de redelijkheid en billijkheid, vaak in relatie tot een verrekenbeding:

  • Hoge Raad 19 januari 1996 (ECLI:NL:HR:1996:ZC1963): Beroep op vervalbeding bij periodiek verrekenbeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet aanvaardbaar.
  • Rechtbank Noord-Holland 16 juni 2021 (ECLI:NL:RBNHO:2021:8126): Beroep op vervalbeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid toch toegestaan.
  • Hof Den Bosch 24 maart 2022 (ECLI:NL:GHSHE:2022:970): Beroep op finaal verrekenbeding in de huwelijkse voorwaarden in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.