Wat is het voordeel van een finaal verrekenbeding bij overlijden in je huwelijkse voorwaarden?

Een finaal verrekenbeding bij overlijden in je huwelijkse voorwaarden betekent dat je afrekent alsof er een gemeenschap van goederen was. Het voordeel hiervan is dat het bij overlijden een hoop erfbelasting kan besparen.

huwelijkse voorwaarden finaal verrekenbeding bij overlijden

Stel je trouwt met elkaar onder huwelijkse voorwaarden. Eén van beiden heeft geen vermogen en de ander heeft een vermogen van 1 miljoen euro. Als je geen kinderen hebt en zonder testament overlijdt, dan is de langstlevende je enige erfgenaam. Stel nu dat degene met 1 miljoen euro als eerste overlijdt. De langstlevende erft in dat geval veel meer dan de vrijstelling voor de erfbelasting. Je had in dat geval liever een gemeenschap van goederen gehad. Dan was de helft van het vermogen al belastingvrij van de langstlevende geweest. Het voordeel van een finaal verrekenbeding in deze situatie is dat het vermogen bij een scheiding privé is maar dat bij overlijden wel 50/50 wordt afgerekend. Dit betekent dat je voor de erfbelasting mag doen alsof er wel een gemeenschap van goederen was.

Een finaal verrekenbeding is slim voor stellen zonder kinderen of met gezamenlijke kinderen. Als er over en weer stiefkinderen zijn, is het minder gunstig. Want dan kan door de verrekening het vermogen van de één bij de kinderen van de ander terecht komen.

Je vindt de regels voor het finaal verrekenbeding in artikel 1:132 tot en met 1:143 van het Burgerlijk Wetboek. Daarin kom je onder andere het volgende tegen:

Artikel 1:133 lid 1 Burgerlijk Wetboek: De verplichting tot verrekening van inkomsten of van vermogen is wederkerig.

Artikel 1:134 Burgerlijk Wetboek: Bij uiterste wilsbeschikking of bij de gift kan worden bepaald dat geen verrekening van krachtens erfopvolging bij versterf, making, lastbevoordeling of gift verkregen vermogen en van de vruchten daarvan plaatsvindt, indien verrekening daarvan ingevolge huwelijkse voorwaarden zou behoren plaats te vinden.

Artikel 1:135 lid 3 Burgerlijk Wetboek: Een echtgenoot die opzettelijk een tot het te verrekenen vermogen behorend goed verzwijgt, zoek maakt of verborgen houdt waardoor de waarde daarvan niet in de verrekening is betrokken, dient de waarde daarvan niet te verrekenen, maar geheel aan de andere echtgenoot te vergoeden.

Artikel 1:136 lid 2 Burgerlijk Wetboek: Bestaat tussen de echtgenoten een geschil omtrent de vraag of een goed tot het te verrekenen vermogen wordt gerekend en kan geen van beiden bewijzen dat het goed tot het niet te verrekenen vermogen wordt gerekend, dan wordt dat goed aangemerkt als te rekenen tot het te verrekenen vermogen. Het vermoeden werkt niet ten nadele van de schuldeisers der echtgenoten.

Artikel 1:139 lid 1 Burgerlijk Wetboek: Een echtgenoot kan de opheffing van de wederzijdse verplichting tot verrekening verzoeken, wanneer de andere echtgenoot op lichtvaardige wijze schulden maakt, zijn goederen verspilt of weigert de in artikel 138, tweede lid, bedoelde verplichte opgave omtrent zijn te verrekenen inkomsten of vermogen te verstrekken.

Tip: in het menu onder voorbeelden vind je een model voor huwelijkse voorwaarden waarin een finaal verrekenbeding bij overlijden is opgenomen.