Wat is het voordeel van een finaal verrekenbeding bij scheiding in je huwelijkse voorwaarden?

Een finaal verrekenbeding bij scheiding in je huwelijkse voorwaarden betekent dat je afrekent alsof er een gemeenschap van goederen was. Het voordeel hiervan is dat je beschermd bent tegen elkaars schuldeisers terwijl je onderling wel alles met elkaar deelt.

huwelijkse voorwaarden finaal verrekenbeding bij scheiding

Stel je wilt het liefste met elkaar trouwen zonder voorwaarden omdat je alles samen wilt delen. Maar je wilt niet samen failliet gaan als het zakelijk verkeerd afloopt. Zowel bij een algehele als een beperkte gemeenschap van goederen loopt de echtgenoot van de ondernemer risico voor zakelijke schulden. Een finaal verrekenbeding bij scheiding is een soort “alsof” gemeenschap van goederen. Stel dat je aan het begin van het huwelijk allebei geen vermogen hebt. Vijf jaar later ga je uit elkaar en één heeft op dat moment € 50.000 vermogen en de ander € 25.000 vermogen. Degene die € 50.000 heeft moet op grond van de finale afrekening € 12.500 aan de ander geven zodat je allebei het huwelijk verlaat met € 37.500.

Het mooie van een finaal verrekenbeding is dat je voor een groot deel zelf de regels kunt maken. Een paar opties:

  1. Een verrekenbeding alsof er een beperkte gemeenschap van goederen was: alleen wat je opbouwt tijdens het huwelijk gaat door de helft. Wat je al had voor het huwelijk en erfenissen en schenkingen blijven buiten de verrekening. Tip: in het menu onder “voorbeelden” vind je een model voor huwelijkse voorwaarden waarin deze optie voor een finaal verrekenbeding bij scheiding is opgenomen.
  2. Een verrekenbeding alsof er een algehele gemeenschap van goederen was: ook voorhuwelijks vermogen en wat je erft en geschonken krijgt tijdens het huwelijk gaat door de helft (tenzij een uitsluitingsclausule zich daartegen verzet).
  3. Eigen uitzonderingen: bijvoorbeeld alles gaat door de helft behalve het bedrijf van de één en het pensioen van de ander.

Een finaal verrekenbeding is slim voor jonge ondernemende stellen. Het geeft je veel bescherming tegen schuldeisers terwijl je onderling veel vrijheid hebt om je eigen afspraken te maken.

Je vindt de regels voor het finaal verrekenbeding in artikel 1:132 tot en met 1:143 van het Burgerlijk Wetboek. Daarin kom je onder andere het volgende tegen:

Artikel 1:133 lid 1 Burgerlijk Wetboek: De verplichting tot verrekening van inkomsten of van vermogen is wederkerig.

Artikel 1:134 Burgerlijk Wetboek: Bij uiterste wilsbeschikking of bij de gift kan worden bepaald dat geen verrekening van krachtens erfopvolging bij versterf, making, lastbevoordeling of gift verkregen vermogen en van de vruchten daarvan plaatsvindt, indien verrekening daarvan ingevolge huwelijkse voorwaarden zou behoren plaats te vinden.

Artikel 1:135 lid 3 Burgerlijk Wetboek: Een echtgenoot die opzettelijk een tot het te verrekenen vermogen behorend goed verzwijgt, zoek maakt of verborgen houdt waardoor de waarde daarvan niet in de verrekening is betrokken, dient de waarde daarvan niet te verrekenen, maar geheel aan de andere echtgenoot te vergoeden.

Artikel 1:136 lid 2 Burgerlijk Wetboek: Bestaat tussen de echtgenoten een geschil omtrent de vraag of een goed tot het te verrekenen vermogen wordt gerekend en kan geen van beiden bewijzen dat het goed tot het niet te verrekenen vermogen wordt gerekend, dan wordt dat goed aangemerkt als te rekenen tot het te verrekenen vermogen. Het vermoeden werkt niet ten nadele van de schuldeisers der echtgenoten.

Artikel 1:139 lid 1 Burgerlijk Wetboek: Een echtgenoot kan de opheffing van de wederzijdse verplichting tot verrekening verzoeken, wanneer de andere echtgenoot op lichtvaardige wijze schulden maakt, zijn goederen verspilt of weigert de in artikel 138, tweede lid, bedoelde verplichte opgave omtrent zijn te verrekenen inkomsten of vermogen te verstrekken.