Wat zijn de gevolgen als je huwelijkse voorwaarden niet hebt bijgehouden?

De meeste stellen halen hun huwelijkse voorwaarden pas tevoorschijn als er wat gebeurt. Bijvoorbeeld bij het starten van een bedrijf, een scheiding of zakelijke problemen. Tussentijds de afspraken nog eens doornemen of uitvoeren, dat komt er vaak niet van. Weinig stellen weten dat de wet aan “niets doen” flinke gevolgen verbindt. Dit zijn de wettelijke regels voor wie de huwelijkse voorwaarden niet heeft bijgehouden.

huwelijkse voorwaarden niet bijgehouden

1. Roerende zaken zijn van je samen

Vroeger werd er van je verwacht dat je vóór het huwelijk een lijst maakte van roerende zaken. Dit kon alleen bij de notaris, meestal als een bijlage van je huwelijkse voorwaarden. Tegenwoordig is dat niet meer zo gebruikelijk. Dit komt mede doordat het wetsartikel is vervallen waarin stond dat het bij de notaris moest. Maar wat nog wel in de wet staat, is het vermoeden dat alle roerende zaken gemeenschappelijk zijn, tenzij je anders kunt bewijzen. Het is dus belangrijk om naast je huwelijkse voorwaarden ook een lijst bij te houden met wat van wie is.

Artikel 1:130 Burgerlijk Wetboek:

Een echtgenoot kan tegen derden zijn aanbreng van bij huwelijkse voorwaarden buiten de gemeenschap gehouden goederen, voor wat betreft rechten aan toonder en zaken die geen registergoederen zijn, slechts bewijzen door hun vermelding in de akte van huwelijkse voorwaarden of in een door de partijen en de notaris ondertekende, aan de minuut van die akte vastgehechte beschrijving. Indien de vermelding van een goed geen afdoende omschrijving daarvan biedt, kan aanvullend bewijs door alle middelen worden geleverd; ten aanzien van goederen die een echtgenoot buiten diens weten opgekomen waren, kan het bewijs door alle middelen worden geleverd.

(dit wetsartikel is vervallen)

Artikel 1:131 lid 1 Burgerlijk Wetboek:

Bestaat tussen niet in gemeenschap van goederen gehuwde echtgenoten een geschil aan wie van hen beiden een recht aan toonder of een zaak die geen registergoed is, toebehoort en kan geen van beiden zijn recht op dit goed bewijzen, dan wordt het goed geacht aan ieder der echtgenoten voor de helft toe te behoren.

(dit wetsartikel is niet vervallen en geldt dus nog!)

2. Periodiek niet afgerekend: voor straf je geld door de helft?

In de jaren ’80 en ’90 werd in huwelijkse voorwaarden vaak een periodiek verrekenbeding opgenomen. Dit hield in dat je geen gemeenschap van goederen had en bij een scheiding geen aanspraak had op het vermogen van de ander. Maar tussentijds, elk jaar, rekende je wel met elkaar af zodat je evenveel spaarde tijdens het huwelijk. Stel dat één van beiden in een jaar € 10.000 had gespaard en de ander niks, dan moest de één aan de ander € 5.000 geven zodat je beiden evenveel had gespaard in dat jaar.

Tegenwoordig staat in de wet dat als je deze afspraak in je huwelijkse voorwaarden niet hebt bijgehouden, dit alsnog moet aan het einde van het huwelijk. En valt dat niet meer uit te rekenen, dan zal in extreme gevallen het gehele vermogen door de helft gaan. Dat is niet wat je van tevoren had bedoeld, maar wel het resultaat van het niet uitvoeren van de verrekening.

Een paar interessante regels uit de artikelen 1:132 en volgende van het Burgerlijk Wetboek:

Indien een goed onder aanwending van te verrekenen vermogen is verkregen, wordt het verkregen goed tot het te verrekenen vermogen gerekend voor het aandeel dat overeenkomt met het bij de verkrijging uit het te verrekenen vermogen aangewende gedeelte van de tegenprestatie gedeeld door de totale tegenprestatie.

Indien een verrekenplicht betrekking heeft op een in de huwelijkse voorwaarden omschreven tijdvak van het huwelijk en over dat tijdvak niet is afgerekend, blijft de verplichting tot verrekening over dat tijdvak in stand en strekt deze zich uit over het saldo, ontstaan door belegging en herbelegging van hetgeen niet verrekend is, alsmede over de vruchten daarvan.

Indien bij het einde van het huwelijk aan een bij huwelijkse voorwaarden overeengekomen periodieke verrekenplicht als bedoeld in het eerste lid niet is voldaan, wordt het alsdan aanwezige vermogen vermoed te zijn gevormd uit hetgeen verrekend had moeten worden, tenzij uit de eisen van redelijkheid en billijkheid in het licht van de aard en omvang van de verrekenplicht anders voortvloeit.

3. Vergoedingsrechten worden geschat

Tijdens het huwelijk kunnen er vergoedingsrechten ontstaan. Denk aan het geval dat je samen een huis hebt en één van beiden de hypotheek aflost met geërfd geld. In beginsel mag je dat bedrag terugvragen bij een scheiding. Lastig wordt het als je regelmatig extra aflost uit je salaris, schenkingen of winstuitkeringen. Als je deze bedragen niet hebt bijgehouden, dan kan het lastig zijn om dit achteraf nog uit te rekenen. In dat geval mag de rechter bij een scheiding het bedrag “schatten”. Als je geen bewijs hebt van hoe het is gegaan, dan is het dus maar de vraag of je je geld terug krijgt. Niet bijhouden betekent dus onzekerheid.

Artikel 1:87 lid 1, 4 en 5 Burgerlijk Wetboek:

1. Indien een echtgenoot ten laste van het vermogen van de andere echtgenoot een goed dat tot zijn eigen vermogen zal behoren, verkrijgt of indien ten laste van het vermogen van de andere echtgenoot een schuld ter zake van een tot zijn eigen vermogen behorend goed wordt voldaan of afgelost, ontstaat voor de eerstgenoemde echtgenoot een plicht tot vergoeding.

4. Echtgenoten kunnen bij overeenkomst afwijken van het eerste lid tot en met het derde lid. (enz)

5. Kan de vergoeding overeenkomstig het eerste tot en met het vierde lid niet nauwkeurig worden vastgesteld, dan wordt zij geschat.

4. Teveel betaald aan de boodschappen? Jammer dan!

In veel huwelijkse voorwaarden staat een vervalbeding voor de kosten van de huishouding. Denk aan de boodschappen, huur, hypotheekrente, energie. Als je echtgenoot te weinig betaalt, dan moet je dit vaak binnen 1 jaar terug vragen. Daarna mag het niet meer.

In huwelijkse voorwaarden staat vaak ongeveer het volgende:

Wij zullen de kosten van de huishouding dragen naar evenredigheid van onze inkomens. Zijn onze inkomens ontoereikend, dan wordt het meerdere gedragen naar evenredigheid van onze vermogens. Een en ander geldt niet voor zover bijzondere omstandigheden zich hier tegen verzetten. Wie in een kalenderjaar meer dan zijn evenredige aandeel heeft bijgedragen aan de kosten van de huishouding, kan het meerdere van de ander terugvorderen binnen één jaar na afloop van het betreffende kalenderjaar. Daarna vervalt dit recht.