Wat zijn huwelijkse voorwaarden met een Amsterdams verrekenbeding?

Stel je wilt niet in gemeenschap van goederen trouwen maar wat je tijdens je huwelijk opbouwt, wil je wel samen delen. In de jaren ’80 en ’90 werd dit vaak geregeld door een Amsterdams verrekenbeding op te nemen in de huwelijkse voorwaarden. Dit is de afspraak om alles wat je spaart uit je inkomen met elkaar te delen. Stel dat één van beiden een goede baan heeft en veel kan sparen. De ander zorgt voor de kinderen en het huishouden. Met een Amsterdams verrekenbeding moet degene die wel kan sparen aan het einde van elk jaar de helft daarvan aan de ander geven.

huwelijkse voorwaarden amsterdams verrekenbeding

Wel afspreken maar niet uitvoeren?

Deze afspraak wordt ook wel een periodiek verrekenbeding genoemd omdat je periodiek (elk jaar) moet afrekenen. Omdat veel stellen in het verleden deze afspraak wel hebben gemaakt maar hem niet jaarlijks uitvoerden, bepaalt de wet inmiddels wat daarvan het gevolg is:

Een paar interessante regels uit de artikelen 1:132 en volgende van het Burgerlijk Wetboek:

Indien een goed onder aanwending van te verrekenen vermogen is verkregen, wordt het verkregen goed tot het te verrekenen vermogen gerekend voor het aandeel dat overeenkomt met het bij de verkrijging uit het te verrekenen vermogen aangewende gedeelte van de tegenprestatie gedeeld door de totale tegenprestatie.

Een echtgenoot kan de opheffing van de wederzijdse verplichting tot verrekening verzoeken, wanneer de andere echtgenoot op lichtvaardige wijze schulden maakt, zijn goederen verspilt of weigert de in artikel 138, tweede lid, bedoelde verplichte opgave omtrent zijn te verrekenen inkomsten of vermogen te verstrekken.

Indien een verrekenplicht betrekking heeft op een in de huwelijkse voorwaarden omschreven tijdvak van het huwelijk en over dat tijdvak niet is afgerekend, blijft de verplichting tot verrekening over dat tijdvak in stand en strekt deze zich uit over het saldo, ontstaan door belegging en herbelegging van hetgeen niet verrekend is, alsmede over de vruchten daarvan.

Indien bij het einde van het huwelijk aan een bij huwelijkse voorwaarden overeengekomen periodieke verrekenplicht als bedoeld in het eerste lid niet is voldaan, wordt het alsdan aanwezige vermogen vermoed te zijn gevormd uit hetgeen verrekend had moeten worden, tenzij uit de eisen van redelijkheid en billijkheid in het licht van de aard en omvang van de verrekenplicht anders voortvloeit.

Indien een echtgenoot in overwegende mate bij machte is te bepalen dat de winsten van een niet op zijn eigen naam uitgeoefende onderneming hem rechtstreeks of middellijk ten goede komen, en een verrekenbeding is overeengekomen dat ook ondernemingswinsten omvat, worden de niet uitgekeerde winsten uit zodanige onderneming, voor zover in het maatschappelijk verkeer als redelijk beschouwd, eveneens in aanmerking genomen bij de vaststelling van de verrekenplicht van die echtgenoot, onverminderd het eerste lid.

Een Amsterdams of periodiek verrekenbeding kun je dus maar beter niet in je huwelijkse voorwaarden opnemen tenzij je ook echt van plan bent om het elk jaar uit te voeren.

Een beter alternatief voor een Amsterdams verrekenbeding in je huwelijkse voorwaarden?

Dankzij veranderde opvattingen en een paar wetswijzigingen zijn er meerdere alternatieven voor het Amsterdams verrekenbeding:

  1. Als je trouwt na 2018 heb je nu standaard een beperkte gemeenschap van goederen. Daar valt wel in wat je tijdens het huwelijk verdient maar niet wat je al had voor je huwelijk en wat je tijdens het huwelijk erft van je ouders. Voor veel stellen is dat een prima regeling.
  2. Ben je ondernemer en zie je daarom die beperkte gemeenschap van goederen niet zitten? Dan kun je ook een finaal verrekenbeding opnemen in je voorwaarden. Daarbij hoef je niet jaarlijks af te rekenen maar alleen aan het einde van het huwelijk. De uitkomst is redelijk vergelijkbaar met een Amsterdams verrekenbeding. Bij een faillissement is je echtgenote beschermd maar bij een scheiding moet je de vermogensopbouw tijdens het huwelijk wel met elkaar delen.
  3. En je hebt nog de optie van koude uitsluiting, waarbij je niks met elkaar deelt. Stel je kiest daarvoor maar de niet-ondernemer heeft wel een (deeltijd) baan en is mede-eigenaar van het huis. In dat geval bouw je nog wel eigen vermogen op, ook zonder een verrekening met je echtgenoot. Koude uitsluiting klinkt voor veel mensen niet zo goed, maar vaak is het een prima oplossing.

Tip: in het menu onder voorbeelden vind je gratis modellen voor optie 2 en 3.