Zijn Nederlandse huwelijkse voorwaarden ook in Duitsland geldig?

Stel je bent getrouwd onder voorwaarden en je koopt een huis in Duitsland of je begint daar een bedrijf. Zijn je Nederlandse huwelijkse voorwaarden dan ook in Duitsland geldig of moet je daar nog apart een “Ehevertrag” voor afsluiten?

huwelijkse voorwaarden duitsland

Elk land heeft zijn eigen huwelijksvermogensrecht. Als je in Nederland huwelijkse voorwaarden hebt gemaakt, dan is daarin normaal gezien een rechtskeuze voor het Nederlandse recht opgenomen. Duitsland zal deze rechtskeuze accepteren op grond van het “eenheidsbeginsel” uit de EU verordening 2016/1103:

Artikel 22 lid 1: De echtgenoten of toekomstige echtgenoten kunnen overeenkomen om te bepalen welk recht op hun huwelijksvermogensstelsel van toepassing is (enz).

Artikel 21: Het recht dat op grond van artikel 22 of 26 op het huwelijksvermogensstelsel van toepassing is, geldt voor alle onder dat stelsel vallende vermogensbestanddelen, ongeacht waar deze zich bevinden.

Addertje onder het gras

Dit betekent dat je Nederlandse huwelijkse voorwaarden ook geldig zijn in Duitsland. Maar er zit nog wel een addertje onder het gras! Voor echtparen is niet alleen het huwelijksrecht van belang maar ook het erfrecht. Daarvoor gelden andere regels. Stel je bent beiden Nederlander en je hebt voorwaarden gemaakt met een rechtskeuze. Je koopt een huis in Duitsland en je gaat daar wonen. De rechtskeuze in je voorwaarden werkt niet voor je erfenis. De Europese regels voor het erfrecht bepalen dat zonder rechtskeuze het recht van je gewone verblijfsplaats (dus Duitsland) van toepassing is op je erfenis. Als je dit niet wilt, maak dan bij de Nederlandse notaris een testament waarin je ook voor het erfrecht een keuze maakt voor het Nederlandse recht.

EU verordening 650/2012:

Artikel 21 lid 1: Tenzij in deze verordening anders is bepaald, is op de erfopvolging in haar geheel het recht van de staat van toepassing, waar de erflater op het tijdstip van overlijden zijn gewone verblijfplaats had.

Artikel 22 lid 1: Een persoon kan als het recht dat zijn erfopvolging in het geheel beheerst, het recht van de staat kiezen, waarvan hij op het tijdstip van de rechtskeuze of op het tijdstip van overlijden de nationaliteit bezit.